Liefdes bang

LIEFDESBANG

Hannah Cuppen

Heb je alles op orde maar gaat het steeds mis in de liefde? Verlang je naar een partner maar loopt deze steeds weg als jij dichterbij komt? Of verdwijnen al jouw gevoelens als iemand voor jou wil gaan? Misschien heb je een relatie maar mis je de intimiteit. In 'Liefdesbang' wordt uitgelegd dat dit alles met verlatings- en bindingsangst te maken heeft en hoe je hiermee om kunt gaan.

Dit boek is niet alleen voor singles maar voor iedereen die in zijn of haar relatie worstelt met de balans tussen vrijheid en verbinding. Het is een oplossingsgericht boek die behalve inzichten en tips veel authentieke verhalen uit de praktijk bevat. Het laat zien hoe je je hart kunt openen voor jezelf en daarna voor de ander. Zo krijgt de liefde een eerlijke kans.

 

 

Het lichaam als verhaal

HET LICHAAM ALS VERHAAL, haptonomie in het dagelijks leven.

Dieuwke Talma

In Het lichaam als verhaal wordt de haptonomie in begrijpelijke taal uitgelegd aan de hand van herkenbare voorbeelden uit het dagelijks leven en de behandelpraktijk.

In onze huidige maatschappij ervaren veel mensen klachten als stress, angst en vermoeidheid. Haptonomie en de toepassing ervan als behandeling, haptotherapie, worden voor dergelijke klachten met de dag populairder.

In de haptonomie wordt het lichaam vergeleken met een huis. Net als een huis hoort ook het lichaam een plek te zijn waar je je veilig voelt en waar ruimte is om anderen toe te laten. Doordat we elkaar aanraken en aangeraakt worden, kunnen we onszelf voelen en verbinding maken met de mensen om ons heen. Als dat vermogen niet goed is ontwikkeld, is het moeilijk om echt contact te maken en dat heeft invloed op relaties, het werk, seksualiteit en de opvoeding van kinderen. Haptotherapie helpt je de oorzaken hiervan te onderzoeken en door middel van oefeningen en gesprekken weer te luisteren naar je lichaam.

 

 

Vrouwenmantel Dieuwke Talma
vrouwenmantel

VROUWENMANTEL

Dieuwke Talma

Vrouwenmantel is het levensverhaal van tientallen vrouwen die in de prostitutie werken. Hun persoonlijke verhaal, in hun eigen woorden. Met opzienbarende kracht en schokkende kwetsbaarheid. Verhalen van verlangen. Over een schrijnend gebrek aan liefde - of juist een overmaat aan verkeerde aandacht.



Dieuwke Talma heeft acht jaar prostituees begeleid. Vrouwenmantel legt hun geschiedenis en motieven bloot. Authentieke, integere verhalen over menselijk verlangen. Op weg naar inzicht. Met uitleg over haptonomie.



Dieuwke Talma is docent aan de Academie voor Haptonomie in Doorn. Daarnaast heeft zij een eigen praktijk voor haptonomie en haptotherapie.

" 


Schrijnend zijn de verhalen van vrouwen die een jeugd van seksueel misbruik achter de kiezen hebben. [...] Telkens weer gaat het je verstand te boven: hoe kan het dat volwassenen dit hun kinderen aandoen, en het nog voor zichzelf rechtvaardigen ook? In veel gevallen raken juist deze vrouwen verstrikt in de netten van een vriend op wiens aandrang ze de hoer gaan spelen, maar met wie ze niet kunnen breken. Waarom dat zo is, en hoe dat werkt, laat Talma overtuigend zien." - Elma Drayer in Trouw

 

 

Gevoel voor leven

GEVOEL VOOR LEVEN, haptotherapeuten over hun werk.

onder redactie van Els Plooij

Acht haptotherapeuten schrijven over hun werk, ieder vanuit zijn of haar specifieke deskundigheid. Hun werk met baby's, kinderen, verstandelijk gehandicapten en pubers. Hun ervaringen met volwassenen die vroeger verwaarloosd zijn, die trauma's moeten verwerken, die problemen ervaren met seksualiteit, die chronisch pijn hebben of die aan kanker en de medische behandeling daarvan leiden.

Acht haptotherapeuten schrijven over hun werk, ieder vanuit zijn of haar specifieke deskundigheid. Hun werk met baby's, kinderen, verstandelijk gehandicapten en pubers. Hun ervaringen met volwassenen die vroeger verwaarloosd zijn, die trauma's moeten verwerken, die problemen ervaren met seksualiteit, die chronisch pijn hebben of die aan kanker en de medische behandeling daarvan leiden. Ieder hoofdstuk heeft een thema en is afzonderlijk te lezen. De praktijk van de haptotherapie is steeds verbonden met theorie rondom het thema. De uitgebreide voorbeelden in dit boek maken duidelijk hoe haptotherapie een belangrijke aanvulling biedt op de bestaande gezondheidszorg. Het is de persoonlijke en gevoelde aandacht - vaak in een aanraking - die helend is en de menselijkheid in stand houdt, ook in moeilijke omstandigheden. De haptotherapeut werkt met zijn cliënt aan het bevorderen van een authentiek zelf-zijn door contact met het eigen lichaam, de eigen gevoelens en vooral ook met de ander en met het leven als zodanig. De gerichtheid is op een leven in verbondenheid, met zichzelf en de ander, met lief en met leed. Daarbij wordt de cliënt gestimuleerd zijn mogelijkheden optimaal te benutten en zijn grenzen met acceptatie tegemoet te treden.

 

 

kijken in de ziel

KIJKEN IN DE ZIEL, psychiaters over hun vak en zichzelf.

Coen Verbraak

Psychiaters zijn speleologen van de menselijke geest. Ze kennen de weg in het gangenstelsel van onze diepste verlangens en emoties. Maar wat nu als ze zélf door het bestaan op de proef worden gesteld? Vinden ze door hun ervaring dan vanzelf de uitgang of tasten ze net als ieder ander machteloos in het duister? In Kijken in de ziel interviewt en portretteert Coen Verbraak toppsychiaters. Dat levert fascinerende en opvallend openhartige gesprekken op. Wat is schaamte eigenlijk? Kun je verlegenheid afleren? Werkt verdriet louterend? De psychiaters praten niet alleen over hun vak, maar vooral ook over zichzelf. Wat hadden ze eigenlijk aan hun vak toen ze zelf een geliefde verloren? Wat zijn hun eigen neuroses? Hebben ze er zelf ooit aan gedacht een eind aan hun leven te maken? Kijken in de ziel is gebaseerd op de gelijknamige tv-serie van de rvu. Verbraak sprak met Bram Bakker, Rudi van den Hoofdakker (Rutger Kopland), Witte Hoogendijk, René Kahn, Roos van der Mast, Nelleke Nicolai, Frank van Ree, Jan Swinkels, Louis Tas, Jules Tielens, Liesbeth Vleugel en psychotherapeut Christa Widlund (Anna Enquist).

 

 

woede boosheid

DANS VAN WOEDE, vrouwen en de kracht van hun boosheid.

Dr. Harriet G. Lerner

Dans van woede heeft inmiddels bewezen een bijzonder nuttig en verhelderend boek te zijn. Harriet Lerner laat aan vrouwen zien hoe zij hun woede kunnen gebruiken als constructief, krachtig middel om hun leven te veranderen. Veel vrouwen beschouwen woede als een emotie die zwakte verraadt, machteloosheid aanduidt en dus onderdrukt moet worden. Harriet Lerner toont in Dans van woede aan hoe en waarom onze boosheid bestaande relationele patronen eerder beschermt dan uitdaagt. Tevens legt ze uit waarom het voor vrouwen niet alleen moeilijk is om boos te worden, maar ook om hun woede te gebruiken om zichzelf sterker en onafhankelijk te maken.

Ook interessant voor mannen!

 

 

PAAZ

Myrthe v/d Meer

Als Emma van de ene op de andere dag opgenomen wordt op de paaz, weet ze één ding zeker: hier is een fout gemaakt. Ze heeft namelijk een leuke baan, een geweldige vriend en een goed leven, dus dat ze dood wil kan dan toch geen probleem zijn?

Het is het begin van Emma’s zoektocht door de absurde wereld van de psychiatrische kliniek met al haar regels, pillen en diagnoses – een zoektocht naar de uitgang, maar boven alles een zoektocht naar zichzelf. Tijdens haar reis langs vreemde patiënten en nog vreemdere therapeuten, depressieve kerstballen en onverwachte vriendschappen, begint Emma te beseffen dat ze hier niet voor niets zit, en dat zij de enige is die kan bepalen of, maar vooral ook hóé ze ooit de paaz weer verlaat.

‘Openhartig, met humor geschreven’
**** de Volkskrant
‘Een diep ontroerend boek, met prachtige observaties’

 

 

Depressie

UP

Myrthe van der Meer

Als Emma enthousiast naar het laatste gesprek met haar psychiater gaat. Gebeurt er iets wat ze niet helemaal had voorzien; haar psychiater is verdwenen, de vervanger weet niets van een eindgesprek en voor het einde van de dag is ze o pgenomen op de paaz; de psychiatrische afdeling van het algemeen ziekenhuis. Alweer.

Aangezien deze nieuwe paazvakantie wel een vergissing moet zijn, gaat Emma in het doolhof van pillen, psychiaters en medepatiënten op zoek naar een verklaring. Want als je niet ziek bent, hoef je toch ook niet beter te worden? Als de verklaring in de vorm van een nieuwe diagnose lijkt te komen, begint ze zich echter af te vragen of ze die wel wil weten; want wat als je je eigen waarnemingen en gedachten niet meer kunt vertrouwen, en je grootste vijand niet in de buitenwereld zit, maar in je eigen hoofd?

 

 

Hospice

DE INTIEME DOOD, levenslessen van stervenden.

Marie Hennezel

Sterven, hoe doe je dat?
Deze vraag wordt in het voorwoord van De intieme dood gesteld door François Mitterand. De, inmiddels overleden, president van Frankrijk was een goede bekende van Marie de Hennezel, de schrijfster van dit ontroerende boek. Zij is als psychologe werkzaam bij enkele zorginstellingen in Parijs en heeft zich gespecialiseerd in het begeleiden van mensen die - wetend dat ze ongeneselijk ziek zijn - op een speciale afdeling aan hun laatste levenstocht beginnen.

Het boek is een openhartige inleiding in de Kunst van het Sterven. De schrijfster begint al vroeg met een conclusie, die verder als een rode draad door het boek loopt:
Het leven heeft me drie dingen geleerd: ten eerste dat ik mijn eigen dood en die van mijn dierbaren niet kan ontlopen. Ten tweede dat de mens niet alleen maar is wat we zien of wat we menen te zien. Hij is altijd veel grootser en diepzinniger dan ons beperkte oordeelsvermogen ons laat geloven. Hij heeft, en dat is het derde inzicht, nooit zijn laatste woord gesproken, maar bevindt zich altijd in een wordingsproces, met de mogelijkheid om als mens rond te komen en via de crisissen en beproevingen in zijn leven innerlijk getransformeerd te worden.(blz. 33)

In het boek maken we intensief kennis met de hoofdpersonen, mensen die weten dat zij niet lang meer te leven hebben. Het woord intensief drukt nog maar zachtjes uit wat de lezer te wachten staat, want het is hem niet toegestaan om op een afstand naar het gebeuren te kijken. Hij wordt meegesleurd en onder-gedompeld in het leed van de lijdende en stervende mens, en in dat van de verzorgenden, de naasten en de dierbaren. De Hennezel schuwt daarbij niet om het leed te tonen zoals het is: puur, vreselijk, maar nooit zonder hoop.

De centrale boodschap -, die zij met enkele treffende voorbeelden illustreert – is, dat wanhoop niet thuis hoort bij het sterven. Nooit kan men zo diep zitten of men kan er hoop uit putten. Valse hoop wijst de schrijfster resoluut af, maar men kan wel hoop putten uit onmacht:

Wanneer onmacht is erkend, is ze onze kracht. Eenvoudig doorgaan met doen wat je kunt doen, binnen een gegeven van onmacht, is vreemd genoeg een krachtige motor (blz. 93).

En:

Werkelijke vrijheid bestaat uit het volledig ja zeggen tegen de dingen zoals ze gaan (blz. 79).

Een vriend van haar merkt op dat stervenden in zekere zin, ballingen zijn:

Ze hebben bijna alles verloren en bereiden zich voor op hun vertrek. Misschien is het daarom dat ze boven zich zelf uitstijgen, en dat ze ons zo verrassen en ontroeren (blz. 103).

Dit boek raakt de lezer diep en schenkt hem eerlijke ontroering en verbazing, over wat een mens kan verdragen en over hoe zinloosheid kan transformeren tot zijn, in de ware betekenis van het woord. De Hennezel benadrukt dat het noodzakelijk is dat de stervende de ruimte krijgt van zijn dierbaren om hen te kennen te kunnen geven dat hij gaat sterven. Een transformatie wordt heel moeilijk als de omgeving niet los wil laten of, in het geval van een lichamelijke of geestelijke aftakeling, als de omgeving niet meer de mens ziet maar iets afstotelijks. In haar boek verhaalt De Hennezel verschillende keren van verpleegkundigen die met veel liefde en aandacht rottende wonden behandelen:

Het zijn niet de benen waar ze (de verpleegkundige) haar aandacht op richt, maar het is de patiënt in zijn geheel (blz. 64).

De schrijfster roept ons op om elkaar te durven ontmoeten door elkaar (fysiek) aan te raken (blz. 66), want liefde is, zo citeert zij Lou Andreas Salomé, geen reservoir dat leegraakt wanneer je eruit put, maar dat integendeel wordt aangevuld zodra je gul uitdeelt (blz. 165).

We ontmoeten Daniëlle - haar naam is net als die van de andere hoofdpersonen gefingeerd -, een vrouw met een bepaalde vorm van spierziekte. Op het laatst van haar leven kan zij nog slechts haar oogleden en één vinger bewegen. Die vinger gebruikt ze om, met behulp van een computer, te communiceren met haar omgeving.
Als François Mitterand de afdeling bezoekt komt hij ook aan haar bed te staan. Hij laat zich uitleggen hoe zij moet communiceren en is zichtbaar geroerd. Als hij weer weg is vertrouwt Daniëlle de schrijfster toe, dat ze een beetje medelijden met de aangedane president heeft.

Ik had zin om te zeggen: zo erg is het nu ook weer niet!

Is er dan zin in het lijden? Of moet er, zoals Daniëlle het omschrijft vooral ‘geleerd’ worden? Ze zegt:

Wat word ik geacht van dit vreemde avontuur te leren? Wat wil (de ziekte) me zeggen dat ik niet schijn te begrijpen?

Op de vraag of zij bang is voor de dood antwoordt ze:
‘Nee, daar ben ik niet bang voor. Ik denk dat ik dáár HET antwoord op DE vraag zal moeten zoeken’ (blz. 169).

Een andere stervende drukt het zo uit:

Er valt niets te begrijpen. Je moet niet proberen te begrijpen, want alles is mysterie. Je kunt alleen dat mysterie beleven (blz. 173).

De schrijver vat het als volgt samen: Ophouden te vragen waarom, want er valt niets te begrijpen. Je vragen stellen over het waarvoor, over de uiteindelijke zin van het lijden, lijkt inderdaad de enige manier om er zin aan te geven (blz. 175).

Niet alleen moeten de levenden de stervenden loslaten en hen de ruimte geven om waardig te kunnen sterven, de omgeving van de nabestaanden moet deze weer de ruimte geven om het leed dat er is zorgvuldig te verwerken.
Dat mensen die rouwen gedeprimeerd zijn wordt als abnormaal beschouwd, die moeten naar de dokter voor een antidepressivum. Men probeert je in zo’n geval afleiding te bezorgen, leuke dingen voor je te verzinnen. Kortom, men laat je weten dan men bang is voor je verdriet.
Nabestaanden hebben het nodig om te praten over die persoon die er niet meer is, om te vertellen over hoe deze persoon is gestorven, wat dat hen gedaan heeft. Ze moeten kunnen huilen, het liefst in het bijzijn van vrienden of familieleden. Het is vaak de enige manier om het leven weer aan te kunnen.
Zowel degene die weggaat als degene die achterblijft zou volgens de schrijfster in staat moeten worden gesteld zijn of haar verhaal te vertellen. Is dat verhaal eenmaal verteld, dan is de verteller meestal in staat los te laten, om vervolgens te sterven óf om verder het leven in te gaan. Met de woorden van Daniëlle:
‘Iedereen weet dat na de doortocht in de woestijn het beloofde land voor je ligt’ (blz.152),

In het verhaal dat verteld wordt, transformeert de rede tot geloof, een geloof dat gebaseerd is op waarachtig Weten. Vlak voordat zij sterft getuigt Daniëlle:

Ik geloof niet in een God der gerechtigheid, en ook niet in een liefdevolle God. Dat is te menselijk om waar te zijn. Wat een gebrek aan fantasie! Maar ik geloof ook niet dat we terug te brengen zijn tot een handjevol atomen. Wat betekent dat er meer is dan materie alleen, laten we het ‘ziel’ noemen, of ‘geest’, of ‘bewustzijn’, zoals je wilt. Ik geloof in de eeuwigheid daarvan. Reïncarnatie of toegang tot een geheel ander niveau…Wie dan sterft, wie dan ziet! (blz. 177)

Rest uiteindelijk de vraag wat doodgaan dan eigenlijk is. Marcelle, een oma verwoordt het als volgt voor haar kleinkind:
Doodgaan, dat is als een boot die naar de horizon glijdt. Op een goed moment zie je hem niet meer. Maar omdat je hem niet meer ziet, wil dat nog niet zeggen dat hij er niet meer is.(blz. 83).